Sensomotorische Integratie

Specifieke problemen 

Passend onderwijs

volgen op linkedin  facebook icoon      

Passend Onderwijs


Passend onderwijs

Het is de bedoeling dat vanaf 1 augustus 2014 steeds meer kinderen met sensomotorische integratie problemen, en ook met andere problemen, passend onderwijs krijgen. Met passend onderwijs kunnen scholen meer maatwerk bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Leerlingen gaan hierbij bij voorkeur naar het regulier onderwijs. Voor leerlingen voor wie het regulier onderwijs te hoog gegrepen is, blijft het speciaal onderwijs bestaan. Hieronder enkele ideeën om passend onderwijs voor een kind met SI problemen tot een succes te maken.

Wat een leerkracht kan doen

Het belangrijkste is dat de school, het hoofd en de leerkracht van de klas, zich in SI problemen willen verdiepen: wat voor specifieke eisen dat aan het onderwijs stelt. Kortom zij moeten zich positief opstellen. Daarnaast is het belangrijk dat ze weten dat bepaalde gedragingen van een kind het gevolg kunnen zijn van een andere manier van prikkelverwerking. Het is belangrijk dat ze dat gedrag herkennen en niet alleen maar verbieden. Enkele voorbeelden:

  • Tegen een kind dat steeds zit te wiebelen op zijn stoel, zeggen: "Ik zie dat je behoefte hebt om te bewegen. Sta dan nu maar op en beweeg even naar voren en weer naar achteren zoals een boom in de wind." Mogelijk is het zelfs goed voor alle kinderen om even te bewegen en kan het dan klassikaal worden gedaan. Er kan natuurlijk ook een voorstel tot een ander beweegspel gedaan worden. De mogelijkheden zijn legio.
  • Een kind dat steeds met zijn potlood, gum en dergelijke zit te spelen, kan ander materiaal zoals tangles, elastiekjes, stressballen of wat dan ook worden aangeboden. Bijvoorbeeld wanneer er iets wordt uitgelegd. Misschien kan hij ook wel beter lezen met iets in zijn handen. Dit zou ook voor meerdere kinderen kunnen gelden en de leerkracht zou een bak met 'voeldingen' beschikbaar kunnen hebben voor kinderen die dat prettig vinden. 
  • De mogelijkheid van een afgeschut plekje in de klas om naar toe te gaan als de zintuiginformatie teveel wordt, is voor veel kinderen met SI problemen een uitkomst. Een leuk idee van mijn Amerikaanse collega Angie Voss is in dit verband een lege bananendoos of een andere doos uit de supermarkt met daarin een kussen gevuld met wat zwaardere materialen. Het kind kan dan in de doos klimmen en onder het kussen gaan liggen. De doos kan ook nog opgevuld worden met knuffels zodat het kind helemaal omringd wordt door de knuffels en het kussen of kussens. Deze activiteit moet natuurlijk niet als straf worden gebruikt maar om even 'bij te tanken'. Het kind moet er eigenlijk zonder vragen naar toe mogen gaan. 
  • Het beschikbaar zijn van oorkappen of gehoorbeschermers. Veel kinderen kunnen zich met een koptelefoon of gehoorbeschermer beter concentreren. Zie ook speelgoed - en materiaaltips.

Een sensorisch dieet

Voor veel kinderen met SI problemen is het belangrijk dat ze ook tijdens de schooltijd een zogenaamd sensorisch dieet krijgen. Dat wil zeggen dat er specifieke activiteiten nodig zijn om hun aandacht bij de les te kunnen houden. Een sensorisch dieet kan het beste opgesteld worden in overleg met de behandelende SI-therapeut. Een sensorisch dieet bestaat vaak uit korte activiteiten of een spelletje dat het kind enkele malen moet doen. Ongeveer net zoals medicijnen innemen. Een heel goed idee - dat afkomstig is van een leerkracht - is om die activiteiten in de klassedienst op te nemen. Dan kan iedere week een ander kind die specifieke activiteiten samen met het kind met SI problemen doen. De betreffende leerkracht heeft zelfs met alle kinderen van de groep een 'brainstorm' sessie gedaan om geschikte beweegactiviteiten te verzinnen. Ik denk dat mede hierdoor het een groot succes is geworden doordat het ook is volgehouden. Alle kinderen wilden aan de beurt komen om die activiteiten samen met het betreffende kind te doen. et gevolg kunnen zijn van een andere manier van prikkelverwerking. Het is belangrijk dat ze dat gedrag herkennen en niet alleen maar verbieden. Bijvoorbeeld als een kind steeds zit te wiebelen op zijn stoel, zeggen: "Ik zie dat je behoefte hebt om te bewegen. Sta dan nu maar op en beweeg even naar voren en weer naar achteren zoals een boom in de wind." Mogelijk is het zelfs goed voor alle kinderen om even te bewegen en kun je het dan klassikaal doen. Een kind die steeds met zijn potlood, gum en dergelijke zit te spelen, kun je ander materiaal zoals tangles, elastiekjes, stressballen of wat dan ook aanbieden, om mee te spelen als er iets wordt uitgelegd of misschien kan hij wel beter lezen met iets in zijn handen. Dit zou ook voor meerdere kinderen kunnen gelden en de leerkracht zou een bak met 'voeldingen' beschikbaar kunnen hebben voor kinderen die dat prettig vinden. Ook de mogelijkheid van een afgeschut plekje in de klas om naar toe te gaan als de zintuiginformatie teveel wordt, is voor veel kinderen met SI problemen uitkomst. Een leuk idee van mijn Amerikaanse collega Angie Voss is in dit verband een lege bananendoos of een andere doos uit de supermarkt met daarin een kussen met wat zwaardere materialen erin.



Els Rengenhart © 2016  Privacybeleid