Sensomotorische Integratie

Specifieke problemen 

Zindelijk worden

volgen op linkedin  facebook icoon      

Zindelijk worden


Zindelijk worden en sensomotorische integratie

De meeste kinderen worden ergens tussen twee en drie jaar zindelijk. Dat houdt in, dat er ook kinderen zijn die later zindelijk worden. 
Om zindelijk te worden moet een kind voelen dat zijn blaas of darmen vol zijn. Hij moet het dan nog even kunnen ophouden om naar het toilet te gaan, zijn broek naar beneden te doen en op het  toilet of op een potje te gaan zitten. Daarna moet er gerichte druk op de blaas of de darmen worden uitgeoefend terwijl de sluitspieren zich juist moeten ontspannen om tot het gewenste resultaat te komen. Dit hele proces van het voelen van de aandrang tot aan het plassen of poepen in het toilet of op het potje heeft te maken met sensomotorische integratie: iets waarnemen en daarop reageren met een motorische handeling die het gewenste resultaat oplevert.  
Het is dan ook niet verbazend dat zindelijk worden en problemen met de sensomotorische integratie niet zo goed samen gaan. Hoewel er ook andere oorzaken aan zindelijkheidsproblemen ten grondslag kunnen liggen, is het altijd zinvol om te kijken in hoeverre   sensomotorische integratie problemen het niet of moeilijk zindelijk worden, beïnvloedt. 

Meer algemene informatie over zindelijk worden is in ruime mate op het internet beschikbaar. Hier wordt vooral aandacht besteed aan specifieke sensomotorische integratie problemen die invloed kunnen hebben op het zindelijk worden:


Niet goed voelen

Het is moeilijk om zindelijk te worden als uw kind het verschil niet goed voelt tussen droog en nat en het niet vervelend vindt voelen als zijn luier of broek nat of vies is. Moderne luiers zijn bekend om hun hoge absorptievermogen waardoor het extra moeilijk is om het verschil tussen een droge of natte luier te voelen. Wanneer met zindelijkheidstraining begonnen wordt, is het daarom belangrijk de luiers uit te doen. Mogelijk  voelt uw kind niet alleen het verschil tussen nat en droog niet goed maar voelt hij zijn hele lichaam minder goed. Voelen doen we vooral met onze handen. We tasten dan het materiaal af en voelen of iets hard of zacht is, nat of droog enzovoort. We voelen bijvoorbeeld met onze handen of de was droog is. We voelen dat door met onze vingers over het voorwerp te gaan. Bij het zindelijk worden moet uw kind niet met zijn handen voelen maar vooral met zijn buik, billen en bovenbenen. Daarmee kun je niet gemakkelijk voorwerpen aftasten. We kunnen dat aftasten wel enigszins nabootsen door de volgende spelletjes.

  • Help uw kind op zijn buik op een niet te grote therapie- of fitnessbal te gaan liggen. De bal moet wel zo groot zijn dat zijn handen en voeten niet tegelijk de grond raken als hij op de bal ligt. Zorg dat uw kind niet van de bal afvalt door het tijdens dit spel op de bal vast te houden. Het kind staat voor de bal en gaat er met zijn buik op liggen. De bal rolt hierdoor naar voren waardoor zijn voeten van de grond komen. Beweeg uw kind op de bal verder naar voren zodat hij met zijn handen op de grond kan steunen. Eventueel kan hij op zijn handen ook wat verder naar voren lopen, maar zorg ervoor dat tenminste zijn onderbenen en voeten op de bal blijven. Laat hem dan weer op zijn handen naar achteren lopen zodat hij weer helemaal met zijn buik op de bal komt en uiteindelijk ook weer met zijn voeten op de grond staat. U kunt er een spelletje van maken door sneller of juist langzamer de bal naar voren te rollen, uw kind voorwerpen op te laten halen die in de ruimte voor de bal op de grond liggen, knuffels op zijn rug leggen als uw kind op de bal ligt en die knuffels van zijn rug af laten glijden als hij naar voren loopt, met krijt handen op de grond tekenen waar uw kind precies zijn handen in moet zetten enzovoort.
  • Het bovenstaande spel kan ook heel goed worden uitgevoerd op een rol of op een zogenaamde pindabal. Het is dan zelfs gemakkelijker dan op een bal en het is dan niet altijd nodig om uw kind steeds vast te houden. Ook de 'Donuts van bObles' of een aantal van hun andere speelmeubelen, en voor kleine kinderen de 'Chicco baby roller', zijn hiervoor ook heel geschikt. Zie hiervoor ook speelgoedtips.
Na de bovenstaande voelspelletjes die uw kind helpen om zijn hele lichaam beter te voelen, kunt uw spelletjes doen om te laten onderscheiden of discrimineren wat het kind precies voelt. De volgende spelletjes zijn hiervoor geschikt:
  • Een droge spons en een natte spons in een bak doen en uw kind het verschil laten voelen. Daarna kan het kind op de droge spons wat water gooien en voelen of de sponsen dan even nat zijn. Hier zijn veel variaties op mogelijk. Uw kind kan bijvoorbeeld daarna iedere spons apart uitknijpen in een bakje en controleren of er in iedere spons evenveel water zat. 
  • Het bovenstaande spel kunt u ook doen als uw kind onder de douche of in bad gaat. De sponsen doet u dan in een afwasbak, een krat of iets dergelijks. Als de sponsen nat zijn, kunt u een beetje douchegel of vloeibare handzeep op een van de sponsen doen. Door erin te knijpen kan uw kind dan schuim maken. Hij kan dan ook het verschil tussen beide sponsen voelen. U kunt uw kind zijn rug bijvoorbeeld eerst met de schuimspons wassen en daarna met de andere spons. Uw kind kan dan raden welke spons u gebruikt. U kunt met de schuimspons ook een letter of cijfers op zijn rug tekenen of als dat te moeilijk is een cirkel of een rechte streep. Kijk of uw kind verschil tussen die vormen kan voelen.
  • Met uw hand, letters, cijfers of voorwerpen op de rug van uw kind 'tekenen' die uw kind dan weer natekent of benoemt. Hiervoor hoeft uw kind natuurlijk niet specifiek in bad. Hierop zijn natuurlijk ook weer allerlei variaties mogelijk. 
  • Voorwerpen opzoeken in een bak met rijst en die voorwerpen zo mogelijk benoemen. Zie hiervoor spelen met rijst.  
  • Voorwerpen opzoeken in een bak kastanjes. Zie hiervoor spelen met kastanjes. 

Last van aanraking, geluid en geur 


Last van aanraking


Het is kan ook zo zijn, dat uw kind juist heel goed voelt en het voelen van zijn blaas en darmen, het plassen en poepen, en het afvegen van zijn billen heel vervelend vindt. Hij kan dan angstig worden en een afkeer van de zindelijkheidstraining krijgen. Waarschijnlijk vindt uw kind het aanraken in het algemeen niet zo prettig of is hij nogal 'kietelig' als u hem aanraakt. Het is geen oplossing om uw kind dan zo min mogelijk aan te raken, want daardoor zal de gevoeligheid eerder toe dan afnemen, maar een voelspelletje te zoeken dat hij wel prettig vindt. Over het algemeen helpt het door uw kind niet voorzichtig maar een beetje stevig met wat 'druk' en omvattend aan te raken. De volgende spelletjes zijn hiervoor mogelijk geschikt:


Stevig vasthouden en wat extra druk zal uw kind waarschijnlijk prettig vinden. Het kan zijn, dat hij het daardoor ook heel prettig vindt om een luier te dragen. De moderne luiers zitten strak en geven ook wat extra druk. U kunt uw kind mogelijk laten wennen om zonder luier te zijn door strak ondergoed, een riem en steentjes of andere wat zwaardere materialen in zijn broekzakken te stoppen. Bij het op het toilet of op het potje zitten kunt u mogelijk een verzwaringskussen op zijn benen leggen, of zelfs een verzwaringshesje, drukvestje of een verzwaarde riem of band gebruiken. Hierdoor voelt mogelijk het plassen en poepen minder vervelend. U kunt dat gemakkelijk uitproberen door een zandzak op zijn benen te leggen en bijvoorbeeld de survivalriem met zandzakjes te vullen. Zie hiervoor speelgoedtips.  Verdere informatie kunt u vinden bij verzwaringsmateriaal en spelletjes met verzwaringsmateriaal.

Last van geluid

Ook geluiden kunnen voor kinderen vervelend zijn. Vooral voor het geluid van het doortrekken van het toilet, kan uw kind angstig worden waardoor het niet naar het toilet wil of durft. Soms vindt hij ook het geluid van het plassen in het toilet niet prettig.
Een simpele oplossing kan dan zijn om uw kind eerst zijn behoefte op een potje te laten doen in een andere ruimte en het in het toilet te deponeren en door te trekken als uw  kind er niet bij is. Op den duur is dat natuurlijk geen handige oplossing.
Een toiletruimte is meestal voornamelijk van steen. Daardoor klinkt de ruimte al gauw hol en wordt het geluid extra weerkaatst. U kunt dat enigszins tegen gaan door geluidabsorberende materialen aan de muren en het plafond aan te brengen. Gordijnen of andere stoffen als decoratie tegen  muur opgehangen, een prikbord met kindertekeningen en een toiletmat op de grond, maken het vaak al veel beter. Er zijn ook allerlei andere geluidabsorberende materialen in een bouwmarkt te koop.
Het geluid wordt ook meestal als minder vervelend ervaren als het kind er zelf enige invloed op heeft. Dat kan bijvoorbeeld door het kind zelf het toilet door te laten trekken.
Ook zelfs geluid maken kan helpen om het minder vervelend te vinden. U kunt uw kind dan aanmoedigen om zelf ook het geluid te maken van het plassen in de toiletpot of het doortrekken van het toilet. Mogelijk kunt u daar een spelletje van maken.
Zie ook auditieve overgevoeligheid.

Last van geur

De geur van het toilet vindt niemand prettig. We voelen allemaal een afkeer als het er stinkt. We voelen dan een sterke de neiging om niet naar binnen te gaan en een ander toilet te zoeken. Alleen bij hoge nood zullen we onze afkeer overwinnen. Een gewoon toilet kan al stinken als uw kind overgevoelig is voor geuren. Hij heeft al een afkeer voor het toilet als de meeste mensen niets ruiken. Vooral in openbare toiletten zoals in scholen kan voor hem de geur van urine voortdurend aanwezig zijn.
Het is niet zo eenvoudig om hier een oplossing voor te vinden. Er zijn allerlei toiletverfrissers in de handel maar mogelijk vindt uw kind die ook stinken. U kunt in ieder geval proberen om een toiletverfrisser te zoeken die uw kind lekker vindt ruiken. Die kan hij dan van te voren in het toilet spuiten. Dat kan natuurlijk ook op school of in een andere openbare gelegenheid. Ook hier is het zelf doen weer een middel om er beter mee om te kunnen gaan.
U kunt natuurlijk ook proberen of het helpt om bij het toiletbezoek van uw kind watjes in zijn neusgaten te stoppen.

Ontspannen zitten op het potje of het toilet


Om zindelijk te worden is het belangrijk dat uw kind ontspannen maar wel stabiel kan zitten op het potje of het toilet, zonder dat het zijn handen gebruikt om zich ergens aan vast te houden of om op te steunen. Sommige kinderen zijn bang om in het toilet te vallen en kunnen daardoor al niet ontspannen zitten. Het gebruik van een goede toiletbrilverkleiner die niet schuift als ze erop gaan zitten en de voeten gesteund op een voetenbankje, kunnnen nodig zijn. De Bjorn Borg toiletbrilverkleiner is vast te klemmen op elke gewenste maat (verkrijgbaar bij Prenatal en mogelijk ook andere zaken). Voor grotere kinderen en ook voor volwassenen zijn er ook speciale toiletstoelen in de handel die indien nodig, extra steun bieden. Sommige kinderen helpt het om ontspannen te zitten door met twee handen een wat grotere zachte bal of een grotere knuffel vast te houden.
 
Uw kind moet zijn billen voelen om ontspannen op het toilet te kunnen zitten. U kunt voelen of hij op zijn billen zit, als hij bij u op schoot zit zonder met zijn romp tegen u aan te leunen. Dat gaat het gemakkelijkste als u op een stoel zit met uw bovenbenen recht naar voren en uw voeten op de grond. Dat kan zowel met het gezicht van uw kind naar u toe als van u af. U kunt dan voelen of uw kind zijn gewicht op uw bovenbenen laat rusten. Dat laatste is nodig om ontspannen te zitten. U kunt dan ook een beetje met uw bovenbenen wiebelen en zo voelen of hij zijn gewicht kan verplaatsen en goed op uw benen kan blijven steunen. Vooral kinderen met een wat lagere spierspanning hebben hier soms moeite mee. Als uw kind dit niet zo goed kan, kunt u de volgende spelletjes met hem doen.
  • U kunt, zoals net beschreven, uw kind op uw bovenbenen laten zitten en dan een beetje wiebelen. Voelt u dat uw kind niet goed zijn gewicht kan verplaatsen en van uw benen af dreigt te vallen of bang wordt, dan kunt u het beste het kind met zijn rug naar u toe op uw bovenbenen laten zitten. U doet dan uw beide armen onder de bovenarmen en de romp van uw kind door en legt beide handen op het borstbeen van uw kind. U trekt dan met uw handen en armen uw kind tegen u aan. Zo veilig tegen u aan zal u uw kind waarschijnlijk wel kunnen bewegen. U beweegt dan met uw kind naar voren, naar achteren en opzij. Maak er een spelletje van en zing er eventueel een liedje bij. Als uw kind dit een leuk spelletje vindt, houdt u uw kind steeds een beetje lager en meer aan de zijkant van zijn romp vast, totdat u uw kind bij zijn heupen vasthoudt. Hij kan dan ook iets verder van u afzitten en u kunt proberen om hem los te laten. Uiteindelijk zal uw kind ook weer tegenover u kunnen zitten zonder bang te zijn of van uw benen af te vallen. Dit spel moet wel leuk blijven dus mogelijk kunt u de eerste keer alleen een beetje wiebelen en schommelen met het kind stevig tegen u aan. Door het dagelijks even te doen zal het kind steeds beter zelf kunnen zitten.
  • Zitten op een skippybal. Zie hiervoor zitten op een bal.
  • Bellen blazen terwijl uw kind staat of zit. Kan ook gecombineerd worden met zitten op een bal. Zorg er dan voor dat zijn voeten goed op de grond steunen. Zie hiervoor bellen blazen.  
  • Drinken door een rietje bij voorkeur als uw kind zit. Kan ook gecombineerd worden met zitten op bal. Zorg er dan voor dat zijn voeten goed op de grond steunen. Zie hiervoor drinken uit een rietje.
  • Uw kind zal ook beter gaan zitten als het duwspelletjes doet met zijn handen. U kunt uw kind zich met zijn handen van de grond af laten zetten als hij bijvoorbeeld op zijn buik op een platformschommel of dwars in een hangmat ligt. Dat is nog niet zo gemakkelijk, maar door de platformschommel of de hangmat in de juiste richting te begeleiden zal het wel lukken. U kunt u er dan weer een spel van maken door dingen van de grond op te pakken en daarna in een bak te gooien, enzovoort. 
Op de platform schommel met je handen van de grond afzetten
Met je handen van de grond afzetten

  • Duwen en afzetten van de grond gaat ook goed op een rola, een klein plankje op wielen, waar het kind met zijn buik op ligt. Het gevolg is dat het kind achteruit rijdt. Wanneer hij op die rola ligt, kunt u hem ook afwisselend met zijn handen en zijn voeten van de muur laten afduwen.  
  • Ook staand of zittend kunt u met uw kind duwspelletjes doen. U kunt bijvoorbeeld tegenover over uw kind gaan staan met de handpalmen van u en uw kind tegen elkaar. Probeer elkaar dan omver te duwen. Hierbij is het handig wanneer uzelf door uw knieën zakt zodat uw knieën op de grond komen of op uw hielen gaat zitten zodat u ongeveer op dezelfde hoogte bent als uw kind.


Kan uw kind eenmaal ontspannen zitten, dan kan hij gaan proberen om druk op zijn blaas en darmen uit te oefenen en zijn sluitspieren te ontspannen. Uw kind moet dan de binnenkant van zijn lichaam gaan voelen. Hoe meer ontspannen een kind kan zitten hoe beter hij die binnenkant kan voelen. Jongetjes kunnen natuurlijk ook staande plassen. Het wordt echter ook aan jongens (en hun vaders) aangeraden om zittend te plassen. In de zittende houding zijn de bekkenbodemspieren beter te ontspannen, hetgeen het plassen ten goede komt. 


Alertheid


Om zindelijk te worden moet uw kind het zelf willen. U kunt het niet voor hem doen. Het is een doelgerichte activiteit. Daarom heeft het altijd te maken met alertheid. Alertheid is de mate waarin onze aandacht gericht is op de dingen die we aan het doen zijn. Bij een optimale alertheid zijn we actief en betrokken bij de dingen die we doen. Dat kost dan geen moeite; het gaat vanzelf. Bij een lage alertheid verliezen we voortdurend onze aandacht bij wat we aan het doen zijn. We vergeten steeds waar we mee bezig zijn. Er gaat veel informatie langs ons heen. Bij een hoge alertheid is onze aandacht krampachtig gericht op wat we aan het doen zijn. We zijn dan gespannen, en de activiteiten die we doen leveren dan stress op; het gaat niet vanzelf. Levert de zindelijkheidstraining veel spanning of stress op, of is uw kind er totaal niet in geïnteresseerd dan kunt u mogelijk beter eerst proberen om de alertheid van uw kind te reguleren. Zie hiervoor alertheid.  De volgende spelletjes kunnen mogelijk de alertheid van uw kind positief beïnvloeden.



Wat u verder kunt doen


Heeft u het idee dat het zindelijk worden van uw kind door zijn problemen met zijn manier van prikkelverwerking ernstig wordt belemmerd, dan kan het zinvol zijn een therapeut met kennis van sensomotorische integratie om advies te vragen. De problemen met de sensomotorische integratie hebben dan niet alleen met het 'niet zindelijk worden' te maken maar zullen het functioneren van uw kind op meerdere gebieden belemmeren. Zie hiervoor zoek een therapeut.


Literatuur

In het tijdschrijft van de Amerikaanse Vereniging voor Ergotherapie (American Journal of Occupational Therapy, July/August 2014, Vol. 68) is in juli 2014 een artikel verschenen over het verband tussen zindelijk worden en sensorische integratie problemen.

Er werd onderzocht of er een relatie bestaat tussen problemen met de sensorische informatieverwerking en problemen met zindelijk worden.

In het onderzoek waren 19 kinderen met problemen met zindelijkheid betrokken en een controle groep van 55 kinderen die hiermee geen problemen hadden.

Er waren significant meer kinderen met zindelijkheidsproblemen die ook problemen hadden met de sensorische informatieverwerking in vergelijking met de controle groep. Er werd een significant verband gevonden tussen het voorkomen van zindelijkheidsproblemen en problemen met de sensorische informatieverwerking.

Hieruit werd geconcludeerd dat veel kinderen met problemen met zindelijk worden ook problemen hebben met de sensorische informatie verwerking. De onderzoekers suggereren dat de manier van prikkelverwerking van deze kinderen een belangrijk aspect is, dat van invloed kan zijn op het plan van aanpak van de zindelijksheidsproblemen van deze kinderen.
Association Between Dysfunctional Elimination Syndrome and Sensory Processing Disorder



Met dank aan:
Aad Tender-Hendriks, kinderfysiotherapeut te Bunschoten, voor haar waardevolle tips en adviezen. Zij heeft de opleiding kinderbekkenbodemtherapie aan het SOMT gevolgd en de cursus sensomotorische integratie in Groningen.   


Els Rengenhart © 2016  Privacybeleid